De 2 pk'tjes

Click here to edit subtitle

Algemeen:

Korte geschiedenis van de 2 PK

In 1933 ontstaan in Duitsland, Frankrijk, Engeland en Italië ideeën over kleine en goedkope auto's voor het volk. In Frankrijk komt Citroën met de 2 CV, die de codenaam TPV kreeg.

Door middel van een stuk papier maakte de toen net nieuwe Citroën baas Pierre Boulanger duidelijk waaraan de auto voor het volk moest voldoen:

- Plaats voor twee boeren en een ton van 50 liter wijn.

- Moet een mand eieren over een vers geploegde akker kunnen vervoeren zonder een ei te       breken.

- Verbruik moet rond 1:33 liggen (+/- 3 liter / 100km).

- Eenvoudige bediening zodat de boerin er ook in kan rijden.

- Een derde van de prijs van de Traction Avant.

- Je moet er met een hoed op in kunnen zitten.

- Uiterlijk is onbelangrijk.

De pers was sterk verdeeld doordat de 2 cv in het niets viel bij de andere auto's die alleen voor de rijken bereikbaar waren. Het merendeel van de aanwezigen vond hem lelijk, een enkele dacht daar anders over, maar iemand schijnt gezegd te hebben dat de Zwaan (toen het merkembleem van Citroën) een lelijk eendje had uitgebroed. Vandaar die bijnaam.

De productie en verkoop startte langzaam op aan het einde van 1949, door het gebrek aan geld en grondstoffen, maar kwam later wat meer op gang. De eerste kopers werden goed uitgezocht: boeren (eigenlijke doelgroep), kunstenaars (gratis publiciteit), middenstanders en artsen van het Franse platteland kregen voorrang.

De Citroën 2 cv werd in meer dan 13 landen (verdeeld over Zuid Amerika, Azië en natuurlijk Europa) gebouwd. Er zijn zelfs in de arme landen A-types nagemaakt! De laatste 2 cv liep in 1990 van de band (Portugal) en wereldwijd zijn er meer dan 2,5 miljoen van verkocht.